Het contrast tussen je onderaan de maatschappelijke ladder bevinden, of bovenaan is groot.
Diegenen die er in slagen een 'sociale stijging' te bewerkstelligen, behoren tot de kleine groep die wérkelijk de inschatting kunnen maken waar het hapert in de ontwikkeling van het hedendaagse armoedebeleid. De spreekwoordelijke druppels op een hete plaat helpen vaak niet om mensen daadwerkelijk uit de put die armoede is, te laten klimmen. Hoe zou dit komen?
Maatschappelijk gezien hebben wij een beeld gecreëerd van mensen die leven in armoede. Wij zien deze mensen vaak met een moraliserende ondertoon als 'domme mensen die ongezonde keuzes maken'. Want 'wat lopen ze met een gsm rond, of met een paar Nike's'? Ons beeld is er veelal een dat armoede je eigen schuld is, en je dat 'probleem' maar dient zelf op te lossen.
De begripskloof (tussen armen en beleidsmakers) zorgt er voor dat veel acties van de overheden hun doel voorbij schieten. Er zijn de voorbije jaren immers veel rapporten en beleidsadviezen opgemaakt, opgesteld door hoogopgeleiden, die toevallig meestal geen voeling hebben met de problematiek. Het is echter ook belangrijk bij het nadenken over de sociale klassen ons goed bewust te blijven dat we het nooit zwart-wit over twee homogene groepen kunnen hebben: arm en rijk. Armoede brengt immers niet voor iedereen hetzelfde verhaal of ervaringen.
Deze laatste stelling valt fantastisch duidelijk te illustreren aan de hand van een lezing die een paar jaar geleden plaatsvond op een hogeschool. Lector van dienst was Tim 's Jongers, politicoloog en ervaringsdeskundige. Hij wist vanuit een armoedige jeugdsituatie de sociale ladder te beklimmen tot de sport van de 'betergestelden' zoals hij hoogopgeleiden zelf noemt. Zijn lezing was er een aan studenten Sociaal Werk (notabene). En deze begon door de vraag te stellen: Wat is armoede nu écht?
Het antwoord op deze vraag wordt blijkbaar bepaald door degenen waaraan je de vraag stelt... Zo antwoordde een student dat armoede betekent 'een bijbaantje als afwasser te moeten nemen', en een andere 'dat arme mensen een gat in hun hand hebben'. Deze twee antwoorden zet de auteur aan de ene kant weg als 'jeugdige naïviteit' maar anderzijds slaat het de nagel op de kop wat betreft ons hardnekkige beeld van arme mensen. Uit onderzoek blijkt dar mensen met problematische schulden niet lui en dom zijn, zoals wel vaak wordt gedacht. Meer dan 40% van mensen met schulden heeft immers een job. Onthutsend is het cijfermateriaal dat ons leert dat je in Vlaanderen het Antwerpse Sportpaleis kan vullen met alle baby's en peuters tot de leeftijd van drie jaar die in armoede leven. Een aantal dat trouwens verdubbeld is de laatste twintig jaar. Even mindbreaking is de wetenschap dat de levensverwachting van de minst welvarende mannen versus de meest welvarende mannen maar liefst negen jaar bedraagt. Wat betreft een 'als goed ervaren gezondheid' is het verschil zelfs vijfentwintig jaar!
Voer om even verder over na te denken... Onze maatschappij is de laatste decennia geëvolueerd naar een werkelijkheid waarbij het niet hebben van bepaalde zaken je doet achterop hinken. We hebben het over een computer, een smartphone, een Playstation wanneer het bv. onze jeugd betreft. Maar vele zaken die vroeger niet bestonden, zijn nu 'noodzaak' geworden, denken we maar aan verzekeringen. Het eerste waar je aan kan denken tot het laatste is verzekerbaar. En uiteindelijk is er maar één doel hieraan verbonden: (zoveel mogelijk) winst maken. Beleidsmakers zitten hier op zovele vlakken in verbonden: lobbyisme entre-eux, aandelen in firma's, aanvragen, beheer of toegang tot je (overheids)dossiers een voor een digitaal laten verlopen... Kan je niet mee, dan lig je er uit, redelijk letterlijk en figuurlijk.
Diezelfde drijfveer van winstcreatie, in samenwerking met gewiekste reclame, zorgt ervoor dat we echt denken dat we zaken, spullen, nódig hebben. We maken geen deel uit van het spel zonder smartphone, of een hippe auto, of een horloge van een bepaald merk. Waar het voornamelijk over gaat, is luxe. Artikels die waarde moeten toevoegen, maar ons eigenlijk enkel verder wegtrekken van onze eigen kern en de kern van het leven zelf: met onszelf en anderen in verbinding staan, en met de natuur die ons omringt.
Steeds vaker roepen mensen op sociale media op om weer naar een meer authentieke levenswijze terug te keren, want we laten onszelf onder controle houden door verkoopgiganten die ons laten geloven dat ons leven minder goed is zonder hun producten, of we pas gelukkig zijn als we a of b kopen. Ik denk dan terug aan 'Mijn dorp' van Wim Sonneveld, die het perfect illustreert met 'betonnen dozen met veel glas, dan kan je zien, hoe het bankstel staat bij Mien'...
Het is een moeilijke weg, dat vind ik zelf, want het vereist kritisch denken, en het wijzigen van prioriteiten. We zitten zodanig vast in een systeem dat het soms lijkt of we niet anders kunnen kiezen dan mee te zwemmen in diezelfde stroom. Maar we bevinden ons in een rare, onzekere tijd, die mensen het 'ontwaken' noemen. Steeds meer mensen nemen afstand van de levenswijze die de laatste decennia gemeengoed is geworden. We kiezen weer voor connectie met de natuur, gewone functionele kleding, zorgen voor dieren, en voor ons eigen welbevinden, en het genieten van de kleine, maar o zo waardevolle dingen. Er lijkt hoop te zijn dat we op grote schaal de weg vinden om te ontsnappen uit het grote vangnet dat de consumptiemaatschappij is geworden.
Reactie plaatsen
Reacties